Het doosje van de mier – Toon Tellegen (Evelien)

 

Onderstaand verhaal vind ik leuk om met jullie te delen. Sowieso is Toon Tellegen 1 van mijn favoriete schrijvers allertijden. Zijn verhalen bevatten veel wijsheden en zijn vaak erg filosofisch van aard.

Ik leerde “de Eekhoorn en de Mier” – want er bestaat een heel boek met dit soort leuke verhalen – kennen toen ik 17 jaar was. Ik was mijn eerste jaar op kamp als monitrice bij de CM (ik ben gedurende een heel aantal jaren mee gegaan als begeleidster bij kampen voor kinderen met een verstandelijke beperking)

Elke avond, als onze kindjes in bed lagen, hadden wij als monitoren nog een afsluitmoment. Een prachtig moment om de dag af te sluiten, en hier hoorde altijd wat bezinning bij. Die avond las onze hoofdmonitor een verhaaltje voor uit Toon Tellegen, en ik werd stil. De jaren die er na kwamen heb ik vergeefs gezocht naar mijn eigen kopie van het boek (dat toen echt niet zo eenvoudig te vinden was). Mijn vriendje echter heeft het een aantal jaren geleden voor mij op de kop kunnen tikken en niet vaak, maar af en toe, pak ik het eens vast en lees ik.

De verhalen van Toon Tellegen hebben allemaal een onderliggende boodschap, en allemaal zullen ze voor jou iets anders betekenen dan voor mij.

Voor mij betekent onderstaand verhaal dat ik wat meer zou moeten kunnen genieten van mooie momenten, wat meer ook vooral zou moeten kunnen NAgenieten van mooie momenten. Negatieve gedachten en gebeurtenissen los laten en leven op de dingen die je energie geven.

Wat betekent het verhaal voor jou?

Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar op de bovenste tak van de beuk. Het was warm en stil en zij keken naar de toppen van de bomen en naar de sterren. Zij hadden honing gegeten en gepraat met de zon, de oever van de rivier, brieven en vermoedens. ‘Ik ga deze avond bewaren,’zei de mier. ‘Vind je dat goed?’

De eekhoorn keek hem verbaasd aan. De mier haalde een klein zwart doosje te voorschijn. ‘Hier zit ook de verjaardag van de lijster in,’zei hij. ‘De verjaardag van de lijster?’ vroeg de eekhoorn.

‘Ja,’zei de mier en hij pakte de verjaardag uit het doosje. En zei aten weer zoete kastanje taart met vlierbessenroom, en ze danste weer terwijl de nachtegaal zong en het vuurvliegje aan- en uitging, en ze zagen de snavel van de lijster weer glimmen van plezier. Het was de mooiste verjaardag die zij zich konden herinneren.

De mier stopte hem weer in het doosje.

‘Daar stop ik deze avond bij,’zei hij. ‘Er zit al veel in.’ Hij deed het doosje dicht groette de eekhoorn en ging naar huis.

De eekhoorn bleef nog lang op de tak voor de deur zitten en dacht aan het doosje. Hoe zou die avond daar nu in zitten? Zou hij niet verkreukelen of verbleken? Zou de smaak van honing er ook in zitten? En zou je hem er altijd weer in kunnen krijgen als je hem eruit haalde? Zou hij niet kunnen vallen of breken, of wegrollen? Wat zou er trouwens nog meer in het doosje zitten? Avonturen die de mier had beleefd? Ochtenden in het gras aan de oever van de rivier, als de golven glinsterden? Brieven van verre dieren? En zou het doosje ooit vol zijn, zodat er niets meer bij kon? En zouden er ook andere doosjes bestaan, voor treurige dagen? Zijn hoofd duizelde. Hij ging naar huis en stapte in bed.

De mier lag toen al lang te slapen, in zijn huis onder de struik. Het doosje lag boven zijn hoofd, op een plank. Maar hij had het niet stevig genoeg dicht gedaan. Midden in de nacht schoot het plotseling open en een oude verjaardag vloog met grote snelheid naar buiten, de kamer in. En plotseling danste de mier met de olifant, in het maanlicht, onder de linde. ‘Maar ik sliep!’ riep de mier. ‘O dat geeft niets,’zie de olifant en hij zwierde met de mier in het rond. Hij zwaaide met zijn oren en zijn slurf en zei: ‘wat dansen wij goed hé?’en ‘O pardon’ als hij op de tenen van de mier trapte. En hij zei dat de mier ook best op zijn tenen mocht trappen. De gloeiworm glom in de rozenstruik en de eekhoorn zat op de onderste tak van de linde en wuifde naar de mier.

Plotseling glipte de verjaardag het doosje weer in en even later werd de mier wakker. Hij wreef zijn ogen uit en keek om zich heen. De maan scheen naar binnen en viel op het doosje op de plank. De mier stond op en duwde het deksel stevig dicht. Maar hij hield zijn oor nog wel even tegen het doosje en hoorde muziek en geritsel en gekabbel van golven. En hij dacht zelfs even dat hij de smaak van honing hoorde, maar hij wist niet zeker of dat wel kon.

Hij fronste zijn voorhoofd en stapte weer in bed.

 

Comments